Is ‘sciencefiction’ niet een interne tegenstrijdigheid? Fictie is fantasie. Dan zijn er toch per definitie geen grenzen, en dus ook geen natuurwetenschappelijke?
Charles van Wettum studeerde af in Natuur- en Sterrenkunde. Aan die misvorming heeft hij grenzeloze nieuwsgierigheid overgehouden, maar ook een SF-tic.
De tic eist van hem dat in zijn verhalen natuurwetten gerespecteerd worden. Tegelijk zoekt zijn fascinatie naar grenzen, want ‘onze realiteit is bizar en net over de grenzen wordt het nog idioter.’
Wetenschappers zeiden ooit dat een mens nooit harder dan 100 km/uur zou kunnen gaan. Is elke ‘wetenschappelijke’ uitspraak zo beperkt geldig? Hoe veel ruimte geeft ‘what if’? Kun je in ‘harde SF’ van de realiteit afwijken zonder flauwekul te verkopen – en als toch: hoe erg is dat dan? De grenzen van wat we weten verschuiven toch voortdurend?
Genoeg boeiende thema’s, dus. Charles geeft zijn visie, en uitdrukkelijk niet oplossingen. Hij verwacht dat hij het einde van zijn praatje niet haalt vanwege de discussies.